Als we een maatschappij willen opbouwen naar het voorbeeld van een duurzaam ecosysteem, dan moeten we trachten te begrijpen hoe dit ecosysteem werkt. De drijfveer achter de groei van een ecosysteem is het aangaan van relaties.

Ruilhandel

Duurzame relaties

Telkens je 2 organismen bij elkaar brengt gaan ze een relatie met elkaar aan. Het komt bijna nooit voor dat deze 2 organismen dat niet doen.

Deze relatie kan 6 vormen aan nemen

  • +/+ goed voor beiden: ‘mutualisme, coöperatie’
  • +/0 goed voor de ene, geen effect voor de andere: ‘facilitering’
  • +/- goed voor de ene, slecht voor de andere: ‘parasitisme’
  • 0/0 geen effect voor beiden: ‘neutralisme’
  • -/0 geen effect voor de ene, slecht voor de andere : ‘remming’
  • -/- slecht voor beiden: ‘competitie’

Stabiel ecosysteem

Telkens er een – in het spel is verdwijnt er op het einde van de rit altijd 1 organisme. Het systeem degradeert.
In alle andere gevallen gaat het systeem erop vooruit.

Hoe meer organismen, hoe meer relaties, des te stabieler het systeem wordt, en des te beter er al eens een – verdragen wordt.
Tussen 2 wezens ontstaat er 1 relatie, tussen 3 zijn er al 3 relaties, tussen 4>6, tussen 5 >11,  tussen 6>15, enzovoort. Ga zo duizenden keren verder en je heb een ecosysteem.

symbiose

Nu is het verbazend gemakkelijk om een natuurlijk ecosysteem te na te bootsen (ecomimicry). Je moet er enkel voor zorgen dat er meer + dan – is en je systeem gaat erop vooruit. Wat je ook samen zet, je hebt steeds 50% kans dat er geen –  in de relatie aanwezig is. Van zodra je systeem meer + dan – telt, groeit je systeem zonder input van extra energie.

Observatie

Positieve opbouw naar een ecosysteem zit in het leven ingebakken. Door observatie van natuurlijk leven, ontdek je elke dag relaties die je op je eigen ecosysteem kan toepassen indien ze positief zijn. Of je kan bepaalde relaties vermijden, indien ze negatief zijn.

Deze leidraad is universeel toepasbaar: op je tuin, op de omgang met anderen, op het gebruik van grondstoffen, op productieprocessen, op de economie,…

Enkele voorbeelden:

De elektrische fiets: Als we grondstoffen (de fiets zelf)  en de productieprocessen van ieder onderdeel weglaten hebben we hier een relatie tussen 3 actoren: de fietser, de batterij, de stroombron (in het beste geval PV-panelen). Dankzij de elektriciteit die opgewekt wordt door PV-panelen en opgeslagen wordt in een batterij, kan de fietser zich verder en makkelijker verplaatsen. De fietser ervaart dit ongetwijfeld als +.  Iedere batterij, die tot nu toe bestaat, ervaart continu opladen en ontladen als -. Ze takelt af en uiteindelijk is ze niet meer in staat de fiets aan te drijven. PV panelen ervaren continue werking ook niet als heilzaam, na 20 jaar zijn ze  versleten.  Totale som van dit schema bedraagt + – –  Besluit: de elektrische fiets is dus (momenteel) geen duurzaam product.

Input van energie

Probeer dit voor jezelf eens. Je zal merken dat het overgrote deel van onze climaxsystemen meer – dan + tellen. Al deze systemen zullen, zonder input van extra energie, degraderen en na verloop van tijd niet meer in staat zijn te functioneren, net zoals de uitgeputte batterij. Door de overvloed aan fossiele brandstoffen zijn ontwerpers lui geworden en hebben we jarenlang geen rekening gehouden met + of – impact van onze ontwerpen. Het was ook niet nodig. Iedere – kon je compenseren door input van fossiele energie. Onze hersenen zijn zo geconditioneerd geraakt, dat het moeilijk is om in termen van ecosysteemdesign te denken. Maar eens je de klik gemaakt hebt, ontdek je overal mutualistische relaties. Combineer deze relaties met elkaar en je krijgt een duurzaam systeem.

Ecosysteemdesign

De transitieperiode is hét tijdperk waarin degraderende systeem vervangen worden door duurzame systemen.

Zelfs al is de concurrentie van de in de climax gevestigde systemen verstikkend, toch ontstaan er overal nieuwe kiemen. Zodra het climaxsysteem instort, zullen de kiemen uitgroeien en een successie doormaken.

Een goed voorbeeld hiervan is LETS–ruilhandelen (Local Exchange Trading System).
Letsen is niets anders dan een mutualistische relatie aangaan met een andere persoon. Beiden ervaren dit als positief (+/+). Door het waarderingspuntensysteem wordt dit ruilen open getrokken naar andere personen. Hoe meer personen, hoe meer diensten er geruild kunnen worden en hoe sterker en stabieler het systeem wordt. Lets gedraagt zich dus identiek als een beginsuccessie-ecosysteem. Momenteel zit onze samenleving nog steeds geklemd in de schaduw van het kapitalistisch climaxsysteem. De niches waarin LETS zich kan vestigen zijn momenteel beperkt tot kleinschalige vriendendiensten. Zodra dag X aanbreekt komen er heel wat niches vrij en ondergaat letsen ook een successieverschuiving. Het verschuift van een kleinschalig dienstensysteem naar een grootschaliger productiesysteem. Ruilhandel zal dan ook één van de eerste systemen zijn die onze post collaps-samenleving terug zal stabiliseren. Eénmaal onze maatschappij gestabiliseerd is, zal er weer een successieverschuiving optreden, die deze survivalmaatschappij verheft tot een grootschaliger en tegelijk duurzamer groeisysteem met alsmaar toenemende (bio)diversiteit en complexiteit. De duurzame beschaving ontstaat.