< vorige | volgende >
Een houten slaapcocon.
De oorspronkelijke ruimte, waarin de slaapkamer moest komen, was vrij complex: 3 deuren, 1 hoog raam, een schouwmantel in de enige vrije hoek van de ruimte en een klein inbouwkastje (wat ooit een doorgeefluik was). De kamer is noord-westelijk geöriënteerd en zag amper een straaltje zonlicht.
Om te verhinderen dat deze ruimte nog langer voor de circulatie zou dienen, supprimeerden we 2 van de 3 deuren. Enkel de deur naar de kelder (die nu dienst doet als wasplaats) bleef behouden, maar is aan het zicht onttrokken. Het raam transformeerden we tot de eigenlijke ingang van de slaapkamer. Op het eerste zicht stap je een houten doos binnen met slechts een bed middenin de introverte ruimte. Maar achter de schuifwanden, opgebouwd uit afvalhout, is er bergruimte voorzien voor kledij en bevindt zich de oude ontmantelde schouw en de toegang tot de kelder.

Het bed is een hemelbed. Niet zomaar vanuit romantische overwegingen, maar ook om de 'schone slapers' op een praktische manier te beschermen tegen nachtelijke aanvallen van muggen. Wanneer de muggen hun winterslaap houden, kan het muggengordijn volledig weggeschoven worden achter het hoofdeinde. De gedrapeerde, lichte voile contrasteert sterk met de brute, houten planken. Het hemelbed vormt als het ware het zacht vliesje binnen de ruwe bolster.

Centraal in het hoofdeinde zit een nis verwerkt, bekleed met spiegels. Tussen oktober en maart, wanneer de winterzon laag staat, valt het zonlicht tot diep in de bureauruimte (ZO-oriëntatie), op de spiegels. Via de nis wordt het opgevangen licht verder in de slaapkamer geprojecteerd en schitteren lichtvlekken op de houten schuifwanden. Op de kortste dag van het jaar is de donkerste ruimte van de woning het felst belicht. In het hoofdeinde zit ook kunstlicht verwerkt, dat als sfeervolle leeslamp fungeert.

