Op zoek naar een ecologisch waardevolle prairietuin...

In 2009 deed de prairietuin, eindelijk, haar intrede in België, gazonland. Er verschenen boeken en persartikels die naar onze mening het fenomeen prairietuin te eenzijdig belichtten als een letterlijke kopie van Noord-Amerikaanse graslandvegetaties. Dit is volgens Mier nogal kort door de bocht. Een Mier-prairietuin heeft altijd al bestaan uit een mix van zowel wilde inheemse (wat men vroeger vaak 'onkruid' noemde) als insectenlokkende tuinplanten met uitheemse roots.

Op deze perspublicaties kwam ook vlug kritiek vanuit Natuurpunt: de afwezigheid van inheemse waardplanten, het te eenzijdig inzetten van uitheemse soorten en daarmee mogelijks introduceren van potentieel invasieve exoten zijn twee argumenten die tegen de puur op exoten gebaseerde prairietuin pleiten.

Mier sloeg de handen in elkaar met een medewerker van Natuurpunt, met de bedoeling een ecologisch waardevoller alternatief aan te bieden voor de in de pers vaak beschreven exotische prairietuin. Het kindje kreeg de originele naam:

Eco-prairietuin.

Een Eco-prairietuin bestaat net zoals de gewone prairietuin uit een mengsel van grassen, bloemen en kruiden en bollen. De Eco-prairietuin bouwt verder op de voordelen en aanplantingprincipes van de prairietuin en tracht daarenboven de inheemse biodiversiteit zo veel mogelijk in positieve zin te beïnvloeden. Dit door maximaal gebruik te maken van zowel inheemse, wilde als ecologisch interessante tuinplanten.

De basis van de Eco-prairietuin wordt gebouwd rond wilde inheemse graslandplanten: ze bestaan uit nectarplanten voor vlinders, waardplanten als voedsel voor hun rupsen, drachtplanten voor bijen en rode lijst-planten die er in de natuur sterk op achteruit gaan.

Als aanvulling op deze eerste plantengroep worden er ook cultivars van uitheemse soorten in de Eco-prairietuin gebruikt.
Deze planten moeten wel aan al de volgende voorwaarden voldoen: niet woekeren, nergens in Europa gekend staan als potentieel invasieve exoot, voedselplanten zijn voor insecten of vogels, reeds lang bekend staan als tuinplant en door de jaren heen betrouwbaar bevonden.

Door gebruik te maken van de deze planten kan men het bloeiseizoen veel langer rekken en wordt de voedselvoorziening veel meer gespreid over het gehele jaar. Continue bloei is immers essentieel als je de biodiversiteit in de tuin wilt bevorderen.

 

De Eco-prairietuin van het Mierennest.

Eind april 2010 werd met de LETS-tuinploeg de eerste Eco-prairietuin in het Mierennest opgestart. Het resultaat kan je hier volgen:

april 2010> Een met bramen, hagewinde en wilgeroosje overwoekerd stuk terrein werd gewied. Daarna werd de bodem bedekt met biodegradabel jutte gronddoek. In deze gronddoek werden jonge vaste planten aangeplant. Deze bepalen, net zoals in een prairietuin, de structuur en ritme van de beplanting. Alles werd daarna afgedekt met een mengsel van zand uit een lokale zandgroeve en een kleine hoeveelheid compost. In deze 'zandbak' werden er diverse wilde bloemenweide-zaadmengsels van lokale zaadhuizen ingezaaid. In deze schrale afdeklaag hebben zaden van woekerende kruiden minder snel de neiging om de trager kiemende planten te gaan overheersen.

mei 2010> De lange droogteperiode laat zich voelen, geen enkel spoor van kieming in het zand. Hoewel sommige soorten van de droogte weten, slaat alles relatief goed aan.

juni 2010> Regen. Alles schiet omhoog. Overal duiken kiemplantjes op. Ook heel wat pionierplanten: Naast de ingezaaide akkerbloemen ook perzikkruid en boerekoolplantjes (vanuit de aangrenzende moestuin?). Af en toe duikt er een stukje hagewinde op. Deze worden gewied. De verse hagewinde krijgt steeds kleiner blad en dunnere stengels.

juli 2010> Op een kleine maand tijd is de eco-prairie gëevolueerd van een kale zandbak naar een erg diverse en bloeirijke plantengemeenschap waarin de akkerbloemen-groep momenteel het meest vertegenwoordigd zijn: heel wat bolderik, korenbloem, kamille, en in mindere mate klaprozen en ganzebloem. Ook al heel wat wilde peen in bloei. Naast deze inheemse akkerbloemen is ook de verbena-familie rijkelijk aanwezig. Hier en daar bloeien er ook al aangeplante soorten als Monarda, Echinacea, Persicaria, Inula,... Op al dat nectargeweld komen heel wat insecten af...Massa's bijen, hommels, wespen, zweefvliegen, kevers en vlinders.