Transitie naar echt duurzaam ondernemen.

Ieder ontwerp dat Mier maakt of uitvoert is veel te arbeidsintensief om economisch rendabel te zijn. De loonkost is veel te hoog om zo’n ontwerp te laten uitvoeren.

Groeieconomisch gezien hebben we twee keuzemogelijkheden. Willen we onze winst maximalisatie veilig stellen. Dan kunnen we ofwel:

(A) ‘Het betere ontwerp voor het betere publiek’ gaan maken.

(B) ‘Een monocultuur aan productjes voor iedereen’ produceren

Als we beide keuzes toetsen aan ons paradigma van de ecologisch sociale structuur. Dan hebben we een systeem met 4 actoren: ecologisch, creatief, sociaal, winst.
In keuze (A) kan misschien het ecologisch luik gehandhaafd blijven (0), maar sociaal (-) gaat het erop achteruit, creatief gaat achteruit (-), winst vooruit (+).
In keuze (B) blijft het sociale gehandhaafd (0), maar gaat het ecologische erop achteruit(-), creatief gaat achteruit (-), winst vooruit (+).

Geen van beide verhalen is duurzaam (-0-+). Onder deze vorm zal onze onderneming dus niet kunnen groeien zonder extra energie-input.

 

Daarom heeft Mier besloten om een transitie te maken naar een ondernemingsmodel dat wel duurzaam is.

Mier werkt anno 2011 als ecosysteempje met 7 organismen:

1. Mier: ontwerpt een oplossing op maat van de klant en zorgt ervoor dat dit ontwerp uitgevoerd wordt.

2. Klant: heeft hulp nodig, stelt een lokatie ter beschikking, vergoedt Mier.

3. WWOOFers / HelpXers: Buitenlandse reizigers, vaak studenten, die in ruil voor kost en inwoon komen meehelpen

4. Groene zorg: personen met een handicap krijgen de kans om in een bedrijf mee te draaien en doen zo hun eerste werkervaring op.

5. LETSers: vrijwilligers kunnen komen meehelpen in ruil voor LETS-waarderingspunten.

6. Workshoppers: Mensen die komen meehelpen in ruil voor kennis en ervaring.

7. Vrienden: Vrienden van de klant komen meehelpen omdat het een gezellige boel is.

Al deze organismen gaan net zoals in de natuur een relatie met elkaar aan. Sommigen zijn duidelijk. Anderen zijn vaag en worden gevormd doorheen het samenwerkingsproces (wit). Positieve relaties worden weergegeven met groen, negatieve met rood.

We merken dat de bindende organismen in dit schema de klant en Mier zijn. Deze twee spelers zullen de ecosysteem-dynamiek op gang trekken.

Ook opvallend is dat voor de klant alle relaties van bij het begin al vast staan als positief.

Je merkt dat een 7-voudige sociale structuur al moeilijk is om volledig met ons beperkt menselijk brein te vatten. Daarom gieten we dit ook eens in een rechtlijnigere relatiematrix.

relatiematrix

Als we dit in een relatiematrix gieten dan zien we dat er 42 verschillende relaties mogelijk. Hiervan zijn er 20 bekend, allen zijn ze positief. Tot daar reikt de macht van ons ecosysteemdesign. 22 relaties staan er nog open. Als je weet dat er in de natuur altijd 50% kans is dat een relatie postief of negatief uitdraait dan zou iedere activiteit mathematisch gezien op 31+ / 11- uitkomen. Met afwijkingen naar boven of onder toe, hoe groter de afwijking, des te kleiner de kans dat zij voor valt… Of anders gezegd, er moet maar 1 van de 22 open relaties positief uit vallen  om heel het systeem te laten overgaan in een duurzaam systeem dat geen energie-input nodig heeft om tot een climax te komen.

Wat betekent deze Mier-werking nu concreet ?

- Iedereen is bouwer, iedereen helpt mee aan het creatieproces.

- Iedereen heeft de vrijheid om zijn eigen creativiteit in het ontwerp te leggen.

- Het ontwerp is niet vast en zal gedurende het creatieproces mee evolueren, met de inzichten en goede ideeën van de deelnemers.

- Het eindresultaat is een creatief geheel dat vaak nog een grotere kwaliteit heeft dan het origineel.

- Als klant participeer je in het bouwproces. Je ziet het geheel groeien, je begrijp het.

- Als er achteraf iets dreigt fout te lopen, begrijp je waarom. Je bent dan veel meer in staat om het eigenhandig te repareren of bij te sturen.

- Je creëert je eigen omgeving. Dit geeft een veel hechtere en duurzame band met je creatie. Uit deze duurzame band haal je achteraf veel meer voldoening dan uit de aankoop van een consumptieproduct. 

- Het ecosysteemmodel is  niet gebaseerd op financiele-energie-input maar op het aangaan van relaties. Het belangrijkste ‘nevenproduct’ van dit model is het onstaan van duurzame relaties tussen de verschillende deelnemers. Deze relaties kunnen op hun beurt dan weer aangewend worden voor andere projecten… Zo ontstaat een groot gedecentraliseerd netwerk van mensen die elkaar ondersteunen als in tijden van nood.

- Als klant ben je veel minder gebonden aan financiële beperkingen. Je krijgt immers hulp vanuit 6 hoeken, van deze 6 hulpbronnen moet je er maar 1 financieel vergoeden: Mier.  Dit kan zowel in geld (60€/u voor de ganse crew) als in Lets-waarderingspunten (30 ietsjes/u), of als een mengsel van beiden.

- Je hebt als klant natuurlijk ook de morele plicht om iets terug te geven aan al deze helpers. Dit gebeurt onder de vorm van een basisbehoefte, voedsel. De klant zorgt dus voor een middagmaal voor alle helpers.

- Een project dat volgens dit principe verloopt ziet er volledig anders uit dan een realisatie vanuit een groei-economisch model waar men standaardisatie, rechtlijnigheid en perfectie nastreeft. Je kan dus ook de waarde van een sociale creatie niet gaan  toetsen aan deze streefdoelen. Verwacht dus kromme muren en paden, overweldigende natuur, kleine details, doorbreking van de logica van de lijn, diversiteit,  imperfectie, ongecontroleerdheid, menselijkheid.

Als je moeite hebt met deze werkwijze, dan begin je er beter niet aan. Als je al deze voor- en nadelen juist als een meerwaarde beschouwt, dan heten we je van harte welkom in het transitietijdperk!

 

 

 

 

 

Mier LETS energiedeskundigen interieurarchitect tuinarchitect ecologisch