Waterwerken

Die ene week dat we waterwerken voor de boeg hadden, overstroomde zowaar het hele land. Op maandag viel het water met bakken uit de lucht. Op dinsdag bleef het gelukkig droog, maar intussen waren we al helemaal gewend geraakt aan al dat nat. Dus sprongen we maar met een hele bende in een vijver. In het begin gingen we nog wat aarzelend te werk met de laarzen aan. Uiteindelijk zagen de taferelen er al meer sexy uit. Lees: veel bloot! De voormalige visvijver waarin we ploeterden was na 15 jaar volledig toegedekt met een tapijt van gele lissen en riet. We trokken eerst met veel vrouw- en mankracht het dichte kluwen van wortels uit de vijver. Zonder kopje onder te gaan, hoewel het soms wel nipt was. Af en toe werd de stank van het omgewoelde slijk overstemd door de welkome geur van watermunt, die eveneens in het wortelweb verstrikt zat. Na deze opruimwerken beplantten we de vijver met een grotere diversiteit aan nieuwe waterplanten.

Vervolgens was de oever aan de beurt. Gazon werd afgeplagd om plaats te maken voor interessantere oeverbeplanting en bodem bedekkende vaste planten onder de bomen. Aan de rand bouwden we in kastanje een cirkelvormig terras, dat waarachtig boven het water zweeft. Sinds kort organiseert de eigenares thuis yogalessen. Bij mooi weer zullen de lessen voortaan doorgaan op het nieuw ponton, aan het water, onder de plataan, opgeluisterd door vogelgezangen,… De perfecte setting om tot rust te komen.

Als tweede project in onze waterweek legden we een wadi aan. Zoals in steeds meer gemeenten het geval is, wordt ook in Haaltert het afvalwater van het regenwater gescheiden. Dit om overstroming van de waterzuiveringsstations te vermijden, die anders hun werk niet naar behoren kunnen doen. Het uitbreken van het teveel aan asfalt en beton, het aanplanten ipv kappen van bossen, enz. zouden efficiëntere oplossingen zijn tegen de huidige wateroverlast. Maar goed, alle beetjes helpen, dus ook de aanleg van wadi’s en groendaken.

Aan de rand van de prairietuin, die we er enkele jaren geleden aanlegden, groeven we een wadi, waarin de overloop van de regenwatertank uitmondt. Een wadi, of hemelwaterinfiltratiebekken, is in feite een put, die tijdelijk het regenwater opvangt en buffert. Van hieruit kan het regenwater langzaam in de bodem infiltreren. Verder bouwend op de bestaande prairiebeplanting, brachten we een mooie collectie moerasplanten aan, die de ontblootte aarde snel weer zal toedekken.

Voedselbos (fase2)

Een hooiland omvormen tot een voedselbos… Hoe begin je daar aan? We werkten er een 5-jarenplan voor uit. In 14 fases wordt geleidelijk aan een oppervlakte van 1.5 ha omgevormd. Het terrein is onderverdeeld in 3 grote stukken. Het eerste deel bleek te nat te zijn voor de aanplant van fruitbomen. We laten er de pinksterbloemen onaangeroerd. Het tweede, drogere deel van pakweg 0.5ha vormen we om tot voedselbos. Het derde deel laten we verder verruigen. Spontane boompjes worden er aangevuld tot een haagkant die interessant is voor de vogels. Deze strook zal het voedselbos windluw maken. Hier zal de eigenaar brandhout uithalen voor zijn zelfgebouwde finoven.

In de eerste fase, in februari, bekalkten we het hooiland. De talrijke aanwezigheid van veldzuring vertelde het ons al. Een bodemanalyse bevestigde dat de pH te laag was. We dekten een eerste strook van 70x8m af met landbouwfolie. Aan de rand van de folie, en tevens de uiterste grens van het voedselbos, plantten we ‘machoplanten’ (bv smeerwortel, dagkoekoeksbloem, mierikswortel,…) die het gras op termijn zullen verdringen en zo uit het voedselbos zullen houden.

Vier maanden later luidden we de tweede fase van het project in. We schoven de folie op om een tweede strook hooiland maandenlang te bedekken. Het gras was intussen verstikt onder de zwarte plastic. De strook lag helemaal klaar om te beplanten! Geen verstoring van de bodem nodig. Eerst zetten we de bomen uit aan de hand van het ontwerp. Deze plaatsen markeerden we met gesjorde driepikkels van bamboestokken, waarop verschillende variëteiten droogbonen zullen klimmen. In het centrum van de driehoek kwam een pompoenplant om de bodem toe te dekken. Zo net voor de zomer is het niet het geschikte moment om bomen te planten. De bonen, of beter de bacteriën aan hun wortels, steken alvast veel stikstof in de bodem. Daar zal de boom deze herfst volop van profiteren.

Vervolgens werden de paden uitgestippeld. Enkele kleinfruitstruiken en een heleboel vaste planten en éénjarigen kregen een plekje. We staken siergrassen (als mulchbron), stikstofbinders, smeerwortels, eetbare vaste planten en pioniergroenten in de grond. De paden zaaiden we in met een mix van klaver, bijenkorfjes en weegbree. Het maaisel van de paden wordt eveneens een goede bron van mulchmateriaal. In de derde fase, deze herfst, worden de bomen en nog veel meer struiken aangeplant.

 

Speeldernis om van te snoepen

Een stadstuin heeft heel wat meer in petto dan een grasplein om op te sjotten. Verder dan enkele voorzichtige sieraanplantingen die de rechte hoeken van het perceel wat afronden, was de vorige eigenares niet geraakt. Wij hielpen de natuur met enkele reuzensprongen vooruit. We haalden het maximum uit een oppervlakte van 60m². Met eenvoudige ingrepen creëerden we een eetbare tuin, die één en al speelterrein is. Weg met dat speeltuig dat ergens achterin het grasveld eenzaam staat te wezen!

We maakten een tuin waar je nog snel een framboosje of een krentje meegrabbelt tussen de slinger-en schommelavonturen door. Eentje met een speelheuvel, met een glijbaan/schuifaf/afrijzer en plaats om kampen te bouwen. Een natuurlijke plek waar je vanop je klimtuig in de kruin van de mirabelboom kan plukken. Een jarenlange ontdekkingsreis van smaken, geuren en texturen. Daar droomt toch ieder kind van? Voor Jente en Jasper is dit nu werkelijkheid.

Reciprocal roof, hanging in the tree

We bouwden een reciprocaal dak. Een wablieft? Je kent het waarschijnlijk wel: zo’n dakstructuur zoals in de ‘hobbit’huisjes of ‘roundhouses’, met een gat in ’t midden. Deze bijzondere constructiemethode laat je toe om grote overspanningen te maken, zonder kolommen in het midden van de ruimte. Grote overspanningen kan je ook maken als je megazware, hoge ijzeren, houten of betonnen liggers gebruikt, maar bij een reciprocaal dak heb je het voordeel dat je structurele elementen relatief licht blijven en beperkt in omvang. Het is dus makkelijk om dit soort daken alleen met  man- en vrouwkracht op te bouwen. En zo geschiedde…

Niet meer dan 27 wilgentakken, 27 gerecupereerde bigbags, wat touw  en vele helpende handen hadden we nodig om dit dak tot stand te brengen. We sjorden de takken tesamen op de grond rondom de stam en takelden het geheel vervolgens in de boom. Daarna kwamen de uitgevouwen big bags erop, die in hun vorig leven groendaksubstraat bevatten. Een week later kon het koppel hun trouwceremonie houden onder de boom.

 

Meedraaiweek #2

Wat een fantastische meedraaiweek hebben we achter de rug! En wat een resultaat! We hebben niet alleen een zwemvijver bij. We mogen voortaan genieten van ‘ne gansen nieuwen hof’. Het was een waar genot voor ons om met zo’n enthousiaste, warme mensen te mogen samenwerken.

We startten de week met graven, graven en nog eens graven… De vruchtbare laag zou later nieuwe verhoogde bedden vormen. De klei eronder hielden we apart. Paden werden verlegd. We gaven ze een natuurlijkere ‘flow’. De put werd groter gemaakt dan de zwemvijver zou worden. Om te voorkomen dat de steile wanden van de put zouden instorten, plaatsten we steenschotten in de put. Dit zijn tweedehands panelen uit azobe. Ze werden vroeger in de steenbakkerijen gebruikt om bakstenen op te laten drogen. Ze bestaan in vele maten, diktes en houtsoorten. Wij gebruikten die van 110x140x3.5cm. Op het dieptste punt is de vijver 2 meter. Het ondiepe deel is 1 meter.

 

De volgende dag hield niet veel meer in dan stampen, stampen en nog eens stampen… met tussendoor veel lachen, tetteren, wegdromen, kefir-drinken, ‘skip’/’umami‘-koekskes en gezonde lenteblaadjes eten. De ontgonnen klei, die we apart hielden stampten we tussen de steile putwand en de steenschotten hard aan. Met dikke palen en veel man-en vrouwkracht vormden we de harde klei om tot een blubberige massa. In het ondiepere moerasfilterdeel langs de rand plakten we dikke lagen klei tegen de minder steile wanden. Hier komen binnenkort moerasplanten die het zwemwater zullen zuiveren.

 

De zopas afgewerkte vijver vulden we meteen met beekwater. Terwijl we, moe maar voldaan, naar de put zaten te staren en het water zagen stromen, werden we plots wakker geschud door een spectaculaire dijkbreuk! Nu weten we dat eerst de moerasfilter vullen en dan pas het diepere zwemdeel geen goed idee is. Don’t try this at home! Gelukkig konden we het probleem snel oplossen.  Na anderhalve dag pompen stond het water aan de rand.

 

Op de derde dag was het tijd voor het minder zware werk… hoewel… Zware betonstenen zeulen, breken en stapelen was ook niet van de poes. Die lagen vredig te slapen in de schommelzetel… We bouwden stapelmuurtjes met de brokstukken als afboording van de verhoogde bedden. Zo kan je steilere hellingen maken en voorkom je dat de boel instort. Stapelen is op een creatieve manier je steenpuin verwerken. De vijver werd voorzien van een overloop. Via een ‘monk’ (met een 90°-bocht op een buis kan je het waterniveau te regelen en slijt je dijk niet uit> Sepp Holzer), loopt het water in een ondiepe waterbak voor potplanten. Die waterbak loopt over, via een watervalletje van recup-gootstenen, in de wadi. We plaatsten een eiken recup-trap van de buurman tegen onze achtergevel om de groendakplantenkwekerij wat makkelijker bereikbaar te maken. De passerelle op het dak werd beveiligd met een sierlijke balustrade van een (niet door ons!) omgehakte krentenboom. In het hoogste deel van de wadi (hemelwaterinfiltratiesysteem) bouwden we een hügel met rotte wilgenboomstronken, wiedsel, compost,…

 

De laatste dag was iedereen al flink afgepeigerd. We legden de laatste hand aan de stapelmuurtjes, voerden compost en lavameel uit om de nieuwe verhoogde bedden een ‘boost’ te geven en bouwden klimstructuren. Onze flink doorgeschoten haagbeukhaag mocht wat uitgedund worden. We haalden er enkele stammen uit, zonder dat het zelfs opviel. De stammen vormden de basisstructuur waaraan we spleitextouwen vast maakten. Weldra vormt dit een eetbaar, groen scherm tussen ons en de buren.

 

Deze permablitz was enkel mogelijk met de hulp van vele vrijwilligers, die elk hun creatieve stempel drukten op onze achtertuin. Bart, Carmen, Etienne, Kobe, Maarten, Sigrid en Sil, een mooier souvenir konden jullie ons niet geven. Tot in de zwemvijver!

 

Urban homestead

Nadat ze de Spaanse economische crash van dichtbij meemaakten, besloot dit koppel, eens ze terug in België waren, om het over een andere boeg te gooien. Ze waren vastberaden om voortaan meer veerkracht in hun leven in te bouwen, zodat een nakende Belgische crisis hen niet raken kan. Een jarenlange zoektocht bracht hen bij permacultuur. En nog wat later kregen ze de Mieren over de vloer om hun gazon tot een ‘urban homestead te transformeren.

Er werd een gans programma voor deze stadstuin opgesteld tijdens een permacultuur ontwerpsessie. De tuin zou zoveel mogelijk fruitbomen en kleinfruitstruiken moeten huisvesten, een uitgebreide moestuin voor éénjarigen, medicinale en keukenkruiden, speelruimte voor de kindjes, wateropvang en ⁻buffering, een opkweekplek voor stekken en kiemplantjes, een kippenren en de mogelijkheid om nieuwe kippen op te kweken, een tuinberging, houtopslag en als laatste een compostunit. Binnen een beperkte oppervlakte kreeg dit alles een goed uitgekiend plekje door de verschillende functies  met elkaar te combineren.

De eerste tuinen

We zijn vertrokken! De eerste tuinen van de lente zijn opgestart. Sinds gisteren is Mier een tuin rijker. Na de tuin rond het Mierennest (Nevestodet), het veld (Achterrita) en de hoekwei (Rechtovermarina) startten we een vierde en wel heel speciale tuin op. The Voodoo Garden werd in het leven geroepen! Het wordt een ‘voedselbos’ onder glas. In het naburige dorp Moorsel, kunnen we een deel van een serre gebruiken van een voormalige rozenkwekerij. Rozen komen tegenwoordig uit Kenia en de serre-eigenaar besloot dan maar om zijn glazen gebouw van 1/4 ha om te dopen tot volkstuin. In ons huis, groene long en serrekes kampten we al met plaatsgebrek. In de nieuwe Voodoo Garden, een lapje van 6x20m, kunnen we weer wat potplanten kwijt. Die staan nu lekker met hun voetjes id volle grond.

We plantten er reeds bananen, mandarijn, citroen, kumquat, avocado, bail fruit, Chileense guave, gele guave, ananasguave, ananassalie, meloensalie, citroenverbena, boomtomaat, achira, kurkuma, gember, papaya,… en er komen er nog wel een aantal bij. Als onderbegroeiing zaaiden we oa postelein, citrusafrikaantjes, khella, dille, saffloer, erwtjes, koriander, Marokkaanse peterselie,… en we staken nog een heleboel look- en ajuinsoorten id grond. Het was er lekker warm, zo rond de 20 graden, terwijl buiten toch nog en fris windje waaide. Aan het eind van de dag kregen de planten en zaden een welverdiende douche via het automatisch sproeisysteem.

 

Vandaag transformeerden we een Aalsters voortuintje, of zeg maar, koertje tot een eetbaar mini-paradijsje. Het koertje is de hele dag zonovergoten en ligt volledig beschut door de bebouwing er rond. De bakstenen muren slaan de zonnewarmte op. We braken een reeks betontegels van het koertje uit, klopten ze kapot en stapelden de brokstukken tot een muurtje. Zo ontstond een verhoogd kruidenbed. De 60 jaar oude rozenstruiken kregen een snoeibeurt en werden vergezeld van een doornloze braam en druivelaar die langs de gevel omhoog klimmen. Centraal op het koertje plaatsten we een prachtexemplaar van een mirabelboom die in de buurt voor heel wat geur, kleur en smaak zal zorgen. De bestaande onderbegroeiing van Campanula werd gescheurd, verspreid en aangevuld met allerlei eetbare en medicinale vaste planten. Naast de voordeur kwam nog een vijg in pot en een heerlijk geurende rozemarijn, kerrieplant en wilde tijm.

Hoe je het maximum uit een minimum kan halen…

Meedraaiweek #1

De eerste meedraaiweek van het jaar 2016 was een succes. We kregen 6 sympathieke helpers over de vloer, die heel wat werk in de tuin verzet hebben. Tussendoor werd er uitgebreid gedineerd en gedegusteerd (met dank aan Umami). We bouwden oa een kiekenkot. En wat voor één…! Het werd een luxekot dat bestaat uit 2 delen.

Deel 1: De ‘keet’, een oude vrachtwagencontainer die ooit dienst deed als paardenstal en rommelkot, werd nu opgewaardeerd tot binnenkot van de kippen. Hier kunnen de kippen eitjes leggen, op hun gemak broeden en overnachten op hun stok. We bouwden in de ‘keet’ een lange tafel van met oude kantoorvloertegels, die we nog ergens gestockeerd hadden, voor de dag dat…. we een kiekenkotvloer nodig hebben! De tegels van vezelplaat, omhuld met gegalvaniseerd staal, zijn mooi glad. Dat maakt het makkelijk om het kot uit te mesten. En waarom op een tafel? Je moet er maar je kruiwagen onder schuiven en het uitmesten is in een handomdraai geklaard. En, onder de tafel kunnen we nog steeds heel wat spullen kwijt. Het dak van de ‘keet’ dat verschillende lekken had, kreeg een nieuwe EPDM-rubberfolie. We transformeerden het tot een mooi groendak.

Deel 2: De klassieke buitenloop kreeg een herziening. We doopten het om tot een kiekenveranda.  Als de kuikens nog klein zijn en een makkelijke prooi voor rovers vormen, zitten ze hier veilig en warm in hun veranda. We mochten in de buurt dubbel glasramen uit een container gaan vissen. Daarmee puzzelden we serrewanden in elkaar. Het dak van de kiekenveranda maakten we van gewapende serrefolie. Dit serredak watert af in een goot die we naar binnen brachten en de kippen van drinkwater zal voorzien. De serre warmt op passieve wijze de kille ‘keet’ op, die hierop aansluit. Hier kunnen de kippen lekker luieren in het zonnetje. Boven hen, net onder het dak, hangen schappen met daarop peperplanten in pot. De planten worden automatisch bewaterd dmv een gotensysteem. Het groendak van de keet watert af in de goten. Dat regenwater is verrijkt met extra voedingsstoffen, afkomstig van de wormenbak die op het groendak staat. De planten zuigen via een wiek (een oude sok in de pot) naar believen water op, zonder te verzuipen.

Zowel veranda als binnenkot worden verder opgesplitst, voor als hennen apart willen broeden en met rust willen gelaten worden door hitsige haantjes. Het laat ons ook toe om verschillende rassen op te kweken. Eén vd 3 onderdelen is alvast een stuk groter dan de andere 2, zodat later onze Ronquières-kalkoenen hier kunnen broeden.

Momenteel hebben we naast 4 jonge kalkoenen nog 5 bruine ‘legbatterijkippen’. Nadeel is dat deze ‘legbatterijkippen’ geen haan in hun gezelschap hebben en dat ze helemaal niet geselecteerd zijn om eitjes uit te broeden en kuikens groot te brengen. Zo sterven onze bruine legkippen langzaam aan uit. Daarom zullen we binnenkort bevruchte eitjes van Wyandottekrielen uitbroeden met de broedkast uit Steven zijn kindertijd. Wyandottes zijn een Amerikaans ras. Het zijn tamme beestjes, die makkelijk broeds zijn en goed leggen. Ze zijn goed aangepast aan een ruw en koud klimaat. Deze kippen kan je zelfs in een permacultuur stadstuin houden, want ze vliegen niet op en ze krabben je tuin niet helemaal kapot.

En zo starten we weldra met een nieuw ras. Een nieuw verhaal, dat vervolgt wordt…

Buiten het kiekenkot of de “kiekenvilla” zoals mijn schoonzus het nu noemt (een kleine “insider” voor de Meldertenaars onder ons), was er ook heel wat bedrijvigheid.  Drie felle madammen waren er ijverig aan het werk: wieden, plantjes uitsteken en vermeerderen voor de kwekerij, nieuwe hughels maken met rot hout, onkruid en restje aarde van hier en daar, afdekken van een aantal bulten, erwtjes planten tussen verdorde heemst-stengels die dienst kunnen doen als klimhulp voor de erwtenplantjes, verhuis van een deel planten van binnen naar de serre,… kortom er werd niet stilgezeten. Den hof is klaar voor het voorjaar en de kwekerij voor veel nieuwe aanplantingen!

Bedankt Gijs, Jo, Jochem, Matthias, Sigrid en Suzan! Jullie zijn fantastische mensen!